Pagina's

zaterdag 28 maart 2015

Fragment uit een lang verhaal

Op mijn werk
Een klantmanager (= iemand die personen op weg helpt die in de schuldsanering zitten en die personen helpt bij het aanvragen van een uitkering en/of werk) die bij ons de intakegesprekken doet, ik noem haar B(itch), had een dubbele afspraak gepland.
Ik kon dat zien omdat ik toegang heb tot haar digitale agenda.
De eerste persoon had ze gepland van 13.00 uur – 14.00 uur, de volgende van 13.30 uur – 14.00 uur wat betekende dat de tweede persoon een half uur moest wachten. Echt een achterlijke manier van afspraken plannen.


De tweede persoon kwam keurig op tijd en in mijn taak als receptioniste verwees ik hem vriendelijk naar de wachtruimte met de mededeling dat B nog in gesprek was.
Ondertussen liep B steeds uit de spreekkamer om het één en ander te halen of te kopiëren.
De wachtende man zat precies in haar zicht.
Het gesprek met de eerste persoon duurde nogal en de wachtende man werd ongeduldig.
Allicht, want hij was keurig op tijd.
Ik herhaalde nogmaals dat B in gesprek was maar dat zij hem heus gezien had.

De eerste klant van B ging weg. Ze liet de man zitten waar hij zat en liep met stoïcijnse blik langs me heen op weg naar haar werkplek.
Dus ik riep: “die man daar komt voor jou, weet je hè?”
“Oh, maar je hebt dat niet tegen mij gezegd!”

Nee, had ik dat wel gedaan dan had zij (gezien eerdere aan ervaringen) gesnauwd: “je ziet toch dat ik in gesprek ben?!”

Ze vervolgde het contact met de tweede persoon.
Na afloop liep ze een paar keer heen en weer en greep haar kans op een rustig moment.
“Dat liep niet helemaal lekker hè?” zei ze tegen mij.
Ik: “nee, dat liep zeker niet lekker. De man had een afspraak met jou, staat in je agenda. Je hebt nota bene een dubbele afspraak gepland!”
“Jij had moeten zeggen dat de man voor mij kwam, ik ken hem toch niet?”
Ik: “maar …”
Zij: “nee! Jij had dat tegen mij moeten zeggen!”

Wat ik toen dacht
Vuil secreet!

Wat ik had willen doen
Haar op haar groene (of bruine?) ogen slaan totdat deze blauw zagen.

Wat ik had willen zeggen
“Zeg, je hebt het niet tegen één van je kinderen hoor!
Die man zit daar en je weet donders goed dat hij voor jou komt, jij doet als enige de intakegesprekken hier
omdat je de moeilijke gevallen niet aan kan! Behandel me niet als voetveeg! Bij een volgende keer dien ik namens onze groep een officiële klacht over jou in bij jouw manager. Wij zijn dit divagedrag van jou meer dan zat, begrepen?!”


Wat ik zei

(Weliswaar op spottende toon:) “de volgende keer zal ik het je zeggen, B!”


Help! Iemand tips?

(Met de cursus klantgericht communiceren die ik enige tijd geleden volgde kwam ik in dit geval niet verder)


dinsdag 24 maart 2015

Opgeblazen

Met moeite komt ze overeind uit haar stevige stoel.
Ze waggelt naar de keuken en is buiten adem als ze voor haar einddoel staat.
Ze trekt de deur van de rijkelijk gevulde koelkast open.
Een tijd lang staat ze te dubben wat ze zal nemen.
Heeft ze trek in iets hartigs? Of toch meer zin in zoet?
Op de achtergrond hoort ze Cora schallen over krokante kroketten.
Ze schudt met haar hoofd. Kroketten in de oven, dat kan toch niet wat zijn.
Het brengt haar op een idee en ze draait aan de knop van de frituurpan.
Na 3 kroketten, 2 frikandellen en een vol pak krokante frituurhapjes voelt ze zich verzadigd.
Als ze na de afwas weer in haar stevige stoel ploft, krijgt ze spijt.
Zoals iedere keer wanneer ze zich te buiten gaat aan vreetbuien.

Ze moet afvallen.
De dokter heeft gezegd dat ze veel te dik is en dat ze op deze manier haar vijftigste verjaardag niet haalt. Daar schrok ze wel van.
Afvallen … terwijl ze altijd zo’n trek heeft.
Waarom is ze niet sterk genoeg om dat ongezonde eten te laten staan?
Waarom lukt het anderen wel? Waarom?
Het bed kraakt onder haar gewicht als ze erin stapt en ze huilt zichzelf langzaam in slaap.
Die nacht droomt ze dat ze de volgende dag twintig kilo lichter zal zijn.

Als ze de volgende ochtend wakker wordt en haar dikke buik omhoog tilt om op te kunnen staan, besluit ze haar leven een andere wending te geven.
Na een riant ontbijt gaat ze met haar zware lijf achter de computer zitten en surft van pagina naar pagina.
Steeds weer komt ze op hetzelfde onderwerp uit: ‘maagballon plaatsen’.
Zou dat het zijn? Een maagballon? Het lijkt de ultieme oplossing voor haar probleem.
Ze leest. De zogenaamde ballon wordt via de mond en de slokdarm in de maag geplaatst. Dat geeft een verzadigd gevoel waardoor het gemakkelijker worden om de voedselinname te beperken.
Enthousiast surft ze verder.
Ze schrikt van de prijs. Het plaatsen van een maagballon kost gemiddeld € 2.650,--.
Voor dat bedrag kan ze minstens een heel jaar voedsel frituren.
Dat moet toch goedkoper kunnen, denkt ze.
Ze rommelt wat in de kast en trekt de doos met feestslingers open. Ja hoor, daar ligt een aangebroken plastic zakje met ballonnen. Overgehouden van haar afgelopen verjaardagsfeestje.
Als ze daar nog aan denkt, loopt het water haar alweer in de mond.

Die avond eet ze zichzelf een slag in de rondte. Ze begint met een moorkop.
Daarna toastjes met hompen brie. Gevolgd door plakken kookworst en boerenleverworst.
Paprikachips en pinda’s gaan er achteraan. In de voorraadlade ontdekt ze nog een zak M&M’s.
Als de zak M&M’s half leeg is, bedenkt ze zich ineens dat ze nog wel een gaatje moet overhouden.

Ze waggelt naar de keuken en pakt de pot met mayonaise. Hiervan doet ze een flinke klodder op de ballon, die ze alvast had klaargelegd …

zaterdag 14 maart 2015

Koppelaar

Lang geleden, toen mijn pubers nog kleuters waren, ging ik eens met oudste naar de supermarkt voor de dagelijkse boodschappen.
Oudste zat in de winkelwagen, zijn mollige beentjes bungelden door de brede spijlen aan de voorkant.
Terwijl ik het ene gangpad na het andere inliep zei oudste opeens:
“Kijk mam! Als je niet met pappa getrouwd was, dan is dat ook wel een leuke man voor jou!”
En wees daarbij op een vlot geklede man die ik een jaar of 10 jonger schatte dan ikzelf was.
De man in kwestie hoorde de enthousiaste woorden en blikte nieuwsgierig onze kant op.
Ik haalde verontschuldigend mijn schouders op en bloosde.
Ook de man begon te blozen en schudde welwillend met zijn hoofd naar oudste.
Die zich van geen kwaad bewust was.
“Gekkie”, antwoordde ik, “ik ben toch al met pappa getrouwd!”
En liep toen snel door naar een ander gangpad, voordat er zich nog meer ideeën in dat kleine koppie zouden voordoen.
Af en toe kom ik de man nog wel eens tegen.
Met een klein kindje in zijn winkelwagen.
 

donderdag 12 maart 2015

Staart tussen de benen

Zat ik gisterenavond even fijn achter mijn laptop om een nieuw logje te schrijven, krijg ik een whatsapp.
Van een totaal onbekend nummer.
Tot ik de inhoud van het bericht las.
“Weet je hoe hondje T er nu uitziet”?
Het was mijn schoonzus, met wie ik normaal gesproken minimaal contact heb (hoe kwam ze überhaupt aan mijn nummer?).
Hondje T is het hondje van mijn schoonouders, een Malthezer van een jaar of 8.
Bij het bericht stuurde ze een foto van hondje T: een flinke open plek achter op zijn kont was zichtbaar en hondje T had een kapje om zijn kleine koppie.

Nu hadden wij voor twee weken terug hondje T te logeren.
Zijn haren waren vrij lang en roken een beetje onfris.
Ik dacht, ik stop hem eens lekker in bad met verantwoorde hondenshampoo
niet dat hij dat leuk vond trouwens.
Nu ik deze foto zag, schrok ik.
Het zal toch niet.
Dat de shampoo is gaan irriteren en hondje T zijn achterwerkje heeft open gekrabd?!

Ik appte snel terug: “hoe komt dit dan?”
“Gepakt door een grote hond. Zowel achter op de rug een grote wond en in de bovenkant van zijn rechterpootje”.

Jeetje!
Jongste, die terug kwam van zijn rondje hardlopen, barste bijna van verontwaardiging.
“En als ik erbij geweest was, had ik die hond een flinke trap gegeven!”

Schoonouders waren meteen met het hondje naar de dierenarts geweest.
Wond werd niet gehecht maar wel goed gemasseerd zodat het bloed er met flinke stralen uitkwam om zodoende de bacteriën eruit te krijgen.
Verder kreeg hij een antibioticaspuit in de bips en pijnstillers mee naar huis.

Jongste en ik gingen na dit bericht nog even naar schoonouders om te kijken hoe het met hen en hondje T was.
Hondje T lag op een kussentje maar sprong kwispelend in de benen toen hij ons zag.
Met een klein gilletje van de pijn weliswaar.
Bibberend kwam hij tegen mijn benen aan staan, het arme schaap.
De ‘grote bruine hond’ die hem aanviel had –naar zeggen van de eigenaar- dit nog nooit eerder gedaan.
De eigenaar baalde zelf ook vreselijk dat hun hond dit gedaan had en volgens schoonvader had hij de boosdoener er ook  flink van langs gegeven
dus dat hoefde jongste niet meer te doen.

Feit is dat de hond never nooit meer te vertrouwen is.
En nog een feit: hondje T loopt in het vervolg met een grote boog om de plek des onheils heen …